Sociale koopwoningen en sociale kavels
decreet Grond- en pandenbeleid
TopSinds 1 september 2009 is het Vlaamse decreet betreffende het grond- en pandenbeleid van toepassing. Een van de doelstellingen van het decreet is het verhogen van het sociaal woonaanbod in Vlaanderen. Het gaat daarbij om sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en sociale kavels (of percelen bouwgrond).
Op basis van een aantal objectieve uitgangspunten, zoals het reeds bestaande sociaal woonaanbod binnen een gemeente, het aantal gezinnen binnen een gemeente en de ligging van een gemeente in stedelijk gebied of in buitengebied, heeft de Vlaamse overheid voor elke Vlaamse gemeente bepaald hoeveel sociale huurwoningen er minimaal tegen 2020 moeten bijkomen. Zo moet Aalst tegen 2020 583 bijkomende sociale huurwoningen kunnen aanbieden.
Bijkomende sociale koopwoningen
TopDe Vlaamse overheid heeft daarenboven bepaald hoeveel bijkomende sociale koopwoningen en hoeveel bijkomende sociale kavels er in elke Vlaamse provincie minimaal gerealiseerd moeten worden tegen 2020. Zo zullen er in de provincie Oost-Vlaanderen tegen die tijd minimaal 4 727 bijkomende sociale koopwoningen en minimaal 225 bijkomende sociale kavels moeten gerealiseerd worden. Let wel op, dit is een provinciale doelstelling: het heeft geen betrekking op gemeenten, maar wel op de provincie als geheel. De Vlaamse overheid verleende aan de deputatie de bevoegdheid om dat provinciaal sociaal objectief om te zetten naar gemeentelijke sociale objectieven. De deputatie van Oost-Vlaanderen heeft op 2 december 2010 een verdeling gemaakt van de 4 727 bijkomende sociale koopwoningen over de 65 Oost-Vlaamse gemeenten. Hetzelfde is gebeurd voor de225 sociale kavels. Het resultaat van die verdeling zijn bindende sociale objectieven voor alle Oost-Vlaamse gemeenten met betrekking tot sociale koopwoningen en sociale kavels.
De verdeling van sociale koopwoningen
TopDe verdeling van sociale koopwoningen en sociale kavels over de Oost-Vlaamse gemeenten is niet lukraak gebeurd, maar wel, op basis van gemotiveerde voorstellen van de gemeenten zelf en volgens de spelregels die de Vlaamse overheid heeft uitgezet. Vierenvijftig van de vijfenzestig Oost-Vlaamse gemeenten dienden een voorstel in bij de deputatie waarin duidelijk wordt hoeveel bijkomende sociale koopwoningen en hoeveel bijkomende sociale kavels ze zouden willen realiseren tegen 2020.
De verdeling van de deputatie gebeurde op basis van objectieve principes. Zo is de verdeling gebeurd met respect voor de door het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen opgelegde verhouding tussen de concentratie aan woningen in stedelijk gebied versus buitengebied en is ervoor gekozen om alle Oost-Vlaamse gemeenten een inspanning te laten doen om het sociaal woonaanbod te verhogen. Finaal is gestreefd naar een verdeling die zo nauw als mogelijk aansluit bij de gemeentelijke visie.
Ook al was de globale vraag van de gemeenten naar sociale koopwoningen groter dan wat te verdelen viel in Oost-Vlaanderen, het provinciebestuur besloot om het provinciaal doel sociale koopwoningen niet te verhogen. De Vlaamse overheid voorziet daarvoor immers geen bijkomende middelen.