Provinciaal mobiliteitscharter

Het mobiliteitscharter is een beleidsovereenkomst tussen de gedeputeerden van mobiliteit van de vijf Vlaamse provincies - Peter Hertog (Oost-Vlaanderen), Tom Dehaene (Vlaams-Brabant), Jean-Paul Peuskens (Limburg), Franky De Block (West-Vlaanderen) en Luk Lemmens (Antwerpen) - en Vlaams minister van Openbare Werken en Mobiliteit Hilde Crevits over de hoofdthema's van mobiliteit.
Ze ondertekenden het mobiliteitscharter op 3 juni 2013.

Nieuwe samenwerking Vlaanderen en provincies over mobiliteit

Top

Op 1 februari 2012 keurde het Vlaams Parlement het nieuwe mobiliteitsdecreet goed waarvan het Mobiliteitscharter een belangrijk onderdeel vormt. Het charter is een beleidsovereenkomst waarbij het Vlaams Gewest en de Provincies de doelstellingen van het Vlaamse Mobiliteitsbeleid concreet wensen te verwezenlijken op het grondgebied van de provincie. In het charter worden de krijtlijnen voor het provinciaal fietsbeleid en beleid rond woon-werkverkeer, mobiliteitseducatie, trage mobiliteit en verkeersveiligheid vastgelegd.

Provinciaal fietsbeleid

Top

De Provincie zorgt voor een efficiënt fietsbeleid gebaseerd op harde (infrastructuur) en zachte (begeleidende) maatregelen en een goede samenhang tussen de verschillende maatregelen. Overleg met alle betrokkenen is een uitgangspunt.

De Provincie investeert in de realisatie van fietsinfrastructuur waarbij subsidies voor fietsinfrastructuurprojecten gelegen op trajecten van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk als investeringsinstrument worden ingezet. Het Vademecum Fietsvoorzieningen geldt daarbij als richtlijn.

De Provincie bewaakt de kwaliteit van het Bovenlokale Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF) en de afstemming met het Bovenlokale Recreatief Fietsroutenetwerk.

Om fietsen als duurzaam verplaatsingsmiddel te bevorderen, verspreidt de Provincie informatie over fietsbeleid en zorgt voor de nodige educatie en sensibilisatie.

Woon – werkverkeer

Top

Het provinciaal mobiliteitsmanagement richt zich voornamelijk op de maatregelen die een bijdrage leveren tot de duurzame bereikbaarheid van economische activiteitenzones en bedrijven.

Tot de taken van de Provincie behoren o.a.:

a) informatie, advies en begeleiding over duurzame vervoerswijzen; sensibiliseren van werkgevers en werknemers;

b) ondersteuning en begeleiding in het kader van het Pendelfonds.

Mobiliteitseducatie en sensibilisatie

Top

Mobiliteitseducatie en –sensibilisatie is voor de Provincie een taak die complementair aan/met de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) uitgevoerd wordt, waarbij elke partner werkt volgens zijn eigen sterktes en met een goede afstemming tussen beide.

Tot de sterktes van de Provincie behoren:

a) begeleiding op het terrein voor integratie van bepaalde acties in direct contact met actoren (zoals, scholen, gemeenten en andere doelgroepen);

b) het verspreiden van informatie over het bestaande aanbod, waaronder het materiaal van de VSV;

c) het detecteren van en experimenteren met de nieuwe noden op het terrein;

Ontwikkelen en realiseren van gebiedsgerichte mobiliteitsvisies

Top

De Provincie ontwikkelt gebiedsgerichte mobiliteitsvisies en actieplannen vanuit de invalshoek duurzame mobiliteit.

Een gebiedsgerichte mobiliteitsvisie streeft naar duurzame mobiliteitsontwikkeling. Deze visie resulteert in concrete resultaatsgerichte actieplannen.

Een geïntegreerde aanpak met andere sectoren, ruimtelijke ordening, natuur, infrastructuur, …, is het uitgangspunt.

De visie en het actieplan worden per gebied uitgewerkt in samenwerking met alle betrokken actoren, openbare besturen en het maatschappelijk middenveld.

De processtructuur is maatwerk waarbij maximaal rekening wordt gehouden met de bestaande organisatiestructuren.

De Provincie is trekker van dit samenwerkingsverband dat kan opgestart worden op eigen initiatief of op verzoek van anderen.

Trage mobiliteit

Top

Op basis van een bovenlokale visie ondersteunt de Provincie het beleid van de gemeenten inzake buurtwegen en trage wegen door begeleiding, overleg en het ter beschikking stellen van een instrumentarium op basis van het wetgevend kader.