Taken van het provinciebestuur
Het provinciebestuur situeert zich als bestuursniveau tussen de gemeenten en de Vlaamse overheid. Het provinciebestuur draagt bij tot het welzijn van de burgers en de duurzame ontwikkeling van zijn gebied. Naast Oost-Vlaanderen zijn er in Vlaanderen nog vier andere provincies: Antwerpen, Limburg, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.
Het provinciedecreet van 9 december 2005 bepaalt de missies van de provincies:
- de bovenlokale taakstelling: dit zijn taken die de Vlaamse overheid of gemeenten onvoldoende kunnen behartigen. Soms is er te weinig terreinkennis om alle opties te kennen of zijn het aangelegenheden die het lokaal gemeentelijk belang overstijgen. Vaak komen gemeenten door hun specifiek beleid in concurrerende posities te staan. Het provinciebestuur kan dan zorgen voor evenwichtige keuze.
- ondersteunende taken voor andere overheden: de provincies zijn dus ook bondgenoot van de andere bestuursniveaus zoals de federale en de Vlaamse overheid, de gemeenten en ocmw's.
- gebiedsgerichte samenwerking tussen besturen in een streek: het provinciebestuur zoekt met alle partners (gemeenten, Vlaamse overheid, privépartners, ...) oplossingen voor maatschappelijke problemen die zich stellen. Op basis van concrete afspraken (wie doet wat en wie betaalt wat?) wordt er dan binnen het afgebakend gebied samengewerkt. Zo is het provinciebestuur verantwoordelijk voor een geïntegreerd beleid op streekniveau.