Plattelandsdichter 2007-2011

De gedichten van 2007 - 2011

Plattelandsgedicht I - september 2007

GEHEUGENKAART

Hoeveel kan ik opslaan? Loop ik niet telkens vol
als ik dit landgoed zie met mijn beemden, tragels
en zachte uiterwaarden voor geheime geliefden?
Popel ik niet even hunkerend als canada's doen?
Ik stuur mijn wortels de aarde in om elke ader
te tappen in beken en welen. Alle vlees is van water.
Beschut door de Schelde lus ik trage rivieren als Leie,
Dender en Durme, meanders van buitendijks geluk.
Zal ik dit ooit kunnen wissen? Of zal ik zinken
in de moer van vergeten, meegaan met de droes?

Lut de Block - plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
17 september 2007 - eerste plattelandsgedicht tijdens de voorstellingsavond

Plattelandsgedicht II - januari 2008

KLUISBOS IN JANUARI

Je hurkt
graait in de pels
van de aarde en
vanachter een houtwal
staren zes reeën je aan.
Argeloos
nieuwsgierig
als kinderen.

Januari aarzelt
tussen pril en koud
het bos is
een open boek.
Verderop
zingt het
van lente
geluk.

Lut de Block - plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
31 januari 2008 - tweede plattelandsgedicht ter ere van gedichtendag en het Kluisbos.

Plattelandsgedicht III - mei 2008

Hou van mei
de mateloze.
Hoe de clematis
reikhalst
tot de bloei er op volgt
de volmaking.
Zie de klokjes en kevers
doorn
zoentjes en wijn
Wat een maand.
Je zou van ontgroening
moeten spreken
maar alles groent dicht
groent zienderogen
in het holst van de lente.

Lut de Block - plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
22 mei 2008 - Finaleavond 'Een thuis voor een gedicht'

Plattelandsgedicht IV – 28 september 2008

WELDENDREEF

Beeld je in dat er geen plek is
buiten de dreef. Daarbuiten is niets
dan geraas van de steedse beschaving.
Verder weg in haar oostelijk bed
verliest de maanzieke Schelde
haar water in hammen en broeken.
Hier fonkelt de wereld in weelde.
Drie maal per dag ga je wandelen
zie je de dingen weer anders.
Het licht filtert zacht violet, het ruikt
er naar andoorn en vochtige kleren.
Je slaat een arm om een boom
voelt de groeven van jaren stilzwijgen.
De wind bladert zacht door de bomen.
Alsof hij geheimen vertelt die bewaard
moeten blijven tussen kapel en kasteel tussen kerkdreef en achterland.

Lut de Block - plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
28 september 2008 – Inhuldiging Weldendreefgedicht, Zevergem

Plattelandsgedicht V - december 2008

SOLSTITIUM

De wankele hangbrugmaanden-
het langzame dalen in het dal
van december, voetje voor voetje
schuifelen door de dierzware winter.

Hoe de drift zich naar binnen keert.
De zon stremt, scheurt zich los
van de weerbotsige aarde, wentelt
zich weg met prangen en langen.

Door de spanten van het nieuwe jaar
kiert het schuwe licht. Het wakkert
traagzaam – voetjes van de vloer –
in en buiten ons. Is daar iemand.

Lut de Block – december 2008

Plattelandsgedicht VI - oktober 2009

WAT HET LIEVEKEN ZICH HERINNERT

Onstuimig jong was ik en vrij van heer of tol.
Lichtvoetig, waterwulps liep ik een marathon
van Gent naar zee. Ik liet de stad naar buiten vloeien
en vulde haar met wol en boter, haring, bier en wijn.
Uit Gent nam ik het koren en het laken mee.

Om maar te zwijgen van de beer! De beirscheepkes
met hun weeë vracht voeren van stad naar achterland.
De beer stonk naar ’t schoon volk van Gent, zij leverden
de gier. De groenselboeren van alhier waren content
met vette, onverdunde aalt. Zo kreeg ik stank én dank.

Maar wat ik diep verborgen hield en niet vermijden kon –
mijn zwak voor vrouwen, zwaar van broed of zog.
Hun scherpe meeuwenkreet, hun loos gefladder, een laatste
graai en het zich vlijen in mijn buikig waterbed. Hun wier-
groen haar in slierten, glanzig fonteinkruid in de ochtendzon.

Lut de Block - oktober 2009 - Waarschoot

Plattelandsgedicht VII - september 2009

EEN BIJZONDERE DAG

Een bijzondere dag in september. De nazomer ligt braak,
de zon likt de velden, bomen roddelen met de wind. Een beek
kronkelt van opwinding, een maïsveld ritselt van verlangen.
De aarde hijgt medeplichtig en geeft zich gewillig aan de ploeg.

Treed binnen in de wereld van de werktuigen. Het strijdvaardige
hecht zich aan machines en tuigen die doordeweeks hun dienstplicht vervullen bij boeren en tuinders. Als een leger staan ze opgesteld
langs akkers en velden. Tot de tanden gewapend. Defilerend in

oorlogskleuren: helgeel, keelrood, lazuurblauw, heraldisch groen.
Een aardappelrooier op kop, het blitse blauw schittert in de vroege ochtendzon. De weidebloter zet zijn tanden in weerbarstige hullen,
een pronte pikdorser laat het gras voor zijn voeten niet wegmaaien.

Veteranen van allerlei nationaliteiten komen zich meten op dit ploeg- kampioenschap. Aardkluiten vliegen in het rond, mensen krimpen
tot mieren en kijken ademloos toe. En de ploeg, zij boerde voort…

Lut de Block - plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
26-27 september 2009 - Werktuigendagen

Plattelandsgedicht VIII - november 2009

WINTERJAARMARKT TE SINT-LIEVENS-HOUTEM

van onze reporter ter plekke

On-tastbaar erfgoed?
Amaai, mijne frak.
Al eens gevoeld aan de kop
van een holstein
een roodbont
of een aubrac?
Aan de schoft van een fjord
of de flank van een haflinger hengst?

Wanneer een paard
(of een vrouwmens)
in de goesting valt
wordt het betast en gekeurd
het moet stappen, lopen en draven.
Dan volgt het bieden en dingen
de ritus van handengeplak
om de koop af te sluiten.
Daarna op café.

Mak is wat anders
dan die Schotse schijnheilige
die eertijds zijn tong was verloren.
H. Livinus, bid voor ons
want achter ons gat
staan stieren
te balen
van het hitsige volk
dat wil voelen
aan al die geschoren billen.

Hier komen alle zinnen aan bod.
De geuren van koffie en soep
van pi(l)s en van beest
van borrel, diesel en stro(nt).

De begerige
blik in een boezem of
in een puntzak met friet
gekir en gegil van plezier.

Dit is de hoogmis
voor boerenvertier
een processie van
macho’s met snorren
en jassen in leer
en met muts met petje of klak.

Schouder aan schouder
schuifelen
vijftigduizend bezoekers
tussen paarden en vee
tussen frietkot en biertent.

Wanneer de duisternis valt
zijgen mens en dier
vermoeid in het stro.
Soms ontstijgt er een zucht
maar van wie?
Wie droomt
van een stamboek,
een drenkplaats
een wei?

Onaantastbaar, dit ontastbare erfgoed
deze Houtemse winterjaarmarkt.

Lut de Block - plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
10-12 november 2009 - jaarmarkt Sint-Lievens-Houtem

Plattelandsgedicht I - april 2010
O de azalea   

Een man, jij misschien, groeit op in het Gentse, kind aan huis
in de kas. Het is altijd lente, altijd bloem en blad semper virens ­
en je gedijt achter glas. Je floreert als een engel, draagt je dromen behoedzaam, praat met jezelf maak je niet sappel ik laat je niet gaan.
Jij bent de held koning buxus en zij de gulle de gave, prinses
koningin. Azalea indica bloost als een puber, ze kleurt van room-
wit naar roze, koketteert in lila en paars, pakt je in. Bloeit ze geur-
loos dan laat jij, voedstervader en eerste bloemlezer, haar geuren.
Geruisloos. Zij geeft je haar kleuren, melksap en bloed
kornoelje, karmijn en scharlaken. Zij brengt je geluk.
Haar zeiknatte kluit zuigt zich vast in de zurige grond
mijdt het zout, ontknopt zich obsceen en groeit haar perken
te buiten. Ze trekt je mee, de wijde onbeschutte wereld in.    

Lut de Block, plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
nocturne 18 april, Gentse Floraliën 2010

Plattelandsgedicht II - juni 2010
De weg naar de buurtwinkel

Een man, jij misschien, groeit op in het sepiabruine dorp van toen
met dito bonen, pruimen, tabak en uitgezwete kaas op het schap.
Je valt steeds voor stadse manieren, de gevriesdroogde glimlach
van koele kassières en rijdt uiteraard als een gek door decennia-
lange gangen van supers, hypers en mega’s. Drie soepkippen halen
twee betalen. Je bènt niet tevreden, krijgt je geld nooit terug.
Op het kruispunt van eeuwen zijg je neer, gecrasht en gestrest
garantie verlopen. Wat is er gaande. Ga maar te voet, fietsen kan
ook en vind de weg naar de buurtwinkel. Je koopt wat je nodig
hebt, laat ons zeggen groenten en fruit, wat beleg, één braadkip 
hoe maak je die klaar. Gulle lach met recept. Je noteert het adres
van de yogales, maakt waarschijnlijk een praatje met die beloftevolle
buurvrouw. De sepiabruine ogen vragen je misschien mee te gaan.

Lut de Block, plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
23 juni 2010 - Slotmoment project 'Uw buurtwinkel, uw servicepunt' van Unizo

Plattelandsgedicht III - september 2010
­Humulus lupulus  

Putje winter – en niets te zien op het veld. 
Maar ondergronds zijn we verbonden 
verbannen in een wortelstok. Ze noemen
ons divien of duivels of chinees van origine.
Aards zijn we zeker en uitgesproken feminien.  
­
Prille lente – ons schoonheidsslaapje zit erop.
Met bleke vingers tasten we de aarde af 
geven ons weerloos bloot aan connaisseurs
die onze delicate keesten prijzen, proeven.
Drie zussen ranken ongehinderd hogerop.
­
De weelderige zomer – de hemel willen we
bestormen en hoger, hogerop. Niemand kan
ons bijhouden in groei, in geilheid, groen.
De boer moét ons wel binden. Hij tast naar
onze zware bellen, kleverig van bronst.  
­
Nu is het oogsttijd – het dorp wordt roes.
Het regent bellen vrolijkheid. De vrouwen
heidens geurend, bedwelmd als op hun bruidsdag.
De mannen, troebel en met dikke tong. Hop
Belle. Hop. Het gonst van levenshonger, dorst.

Lut de Block, plattelandsdichter Oost-Vlaanderen­
­
5 september 2010 – Hopdag in Meldert-Dorp (Aalst)

Plattelandsgedicht/lied IV - juni 2011
­Boerderijlied 'de wereld van…Pierlepein'

(met handpop)
Dit is muisje Pierlepein
even slim als een dolfijn.
Zij kent héél de boerderij.
Ze is er als de kippen bij.
Ze houdt van warmte, niet van kou.
Ze houdt van kaas en ook van jou.

  Refrein
  Muisje muisje Pierlepein.
  Wil je onze gids hier zijn?
  Dieren groot en dieren klein.
  Ra, ra, ra, wie mag dàt zijn?
            
1   Ik kan knorren, kreunen, gillen.
en loop rond met blote billen.
Vind je zoiets zwijnerij?
Ik ben proper, hoor je mij.
Ik eet alles, 't is mijn meug.
Ben geen beer, maar wel een zeug.
Wie ben ik? VIKTORIA, het varken!
       
Refrein: muisje, muisje...........

Ik ben traag want ik denk na
als ik in de weide sta.
Ik eet gras en ik herkauw
gras en gras en gras en dauw.
En voor jou bak ik een vlaai.
Lekker? Vies? Of veel te taai?
Wie ben ik? KORNELIA, de koe!

  Refrein:muisje,muisje...........

3   Ik ben de knapste buiten kijf.
'k Heb geen poten aan mijn lijf,
maar een hoofd en mooie benen.
Hoefsandalen aan mijn tenen.
Ken je mij, het mooiste dier?
Wie ben ik? POLYDOR, het paard!
              
Refrein: muisje, muisje...........

4   Het is waar dat ik veel mekker.
Maar je vindt mijn melk wel lekker!
En mijn kleintjes zijn zo lief.
Geef z' een knuffel alsjeblief.
Vind je dat hun pa zo stinkt?
Is het daar dat 't schoentje wringt?
Wie ben ik? GERTRUDE, de geit!
              
Refrein: muisje, muisje...........

5  ík ben de knapste, tok, tok, tok.
Ik jaag mijn vrouwtjes vroeg op stok.
Ik pik wormen, gras en graan.
Ga pas slapen met de maan.
'k Heb geen tanden maar kan slikken.
Kan niet bijten maar jou pikken.
Wie ben ik? HIPOLIET, de haan!
              
Refrein: muisje, muisje...........

Ik ben een ooi, mijn kind een lam
ik ben niet wild maar eerder tam
wil je mijn krulletjes, wil je mijn wol?
Zo warm en zacht, da's 'genen' brol.
Als ik val op mijn rug, raak ik niet recht.
'Arm schaap' dat is 't wat men dan zegt.
Wie ben ik? STELLA, het schaap!

Lut de Block, plattelandsdichter Oost-Vlaanderen­
muziek: Stefaan Smagghe
12 juni 2011 - Vaderdagontbijt
 

Plattelandsgedicht V - oktober 2011
Schelde bij Rupelmonde

Ga niet naar zee.
Hier ben je groots
van oever tot oever
van hoger naar lager wal.
Groter kan niet
oeverloos evenmin.

Omarm dit land en zijn aangelanden.
Een kind en een vrouw spreiden je zelling
een man zit te peuren in ebdiepe schorren.
Verzuip niet in dromen van meerschuim en zilt.

Stroom niet naar zee.
Blijf.

Rivier.

Lut de Block, plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
Oktober 2011 – Winnaar Wedstrijd 'Gedicht zoekt muur'

Plattelandsgedicht VI - oktober 2011
Treurzang van een muur

Weg is de wereld. Verdwenen de priëlen
de jonkers en freules, het luchtkasteel
de moestuin met bongerd, de vleugel
met boeken die niemand zal lezen.
Gemis is het bewijs dat we leven.

Berlijn, Geraardsbergen, Zeebrugge
Jeruzalem en hier. De ene muur is
de andere niet. Gestage muren die klagen
en muren die juichen. Muren die blind zijn
als mollen, muren van schaamte en scheiden.

Je betast het weefsel van steen
schietgaten, teringvlekken, schroeiluchten.
Je zou de wereld doorzichtig willen en helder
als Mozart of grazig als weiden langs de Schelde.
Een muur is een verbond van eeuwen.

De keerzijde ben jij, begrensd door je blindheid
het laffe dat knaagt, de schans waarachter je schuilt
voor de liefde. Maak open. Sloop de muren
van onbegrip, slecht de wallen van je verzet.
Een hart is geen steen, een muur is een mogelijkheid.

Lut de Block, plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
Oktober 2011 – Laureaat Wedstrijd 'Gedicht zoekt muur'

Plattelandsgedicht VII - oktober 2011
Melle

Het station komt voorbij. Je herkent
de plek die je was. Listig pendeldier
tussen hond en wolf. Je zou willen wonen
in het woord dat klinkt als een veilige vacht.
Met je verleden van gras ritsel je stiekem
van je nest naar de stad. Er is geen reden
om weg te gaan, er is genoeg om te blijven.

Lut de Block, plattelandsdichter Oost-Vlaanderen
Oktober 2011 – Laureaat Wedstrijd 'Gedicht zoekt muur'

Slotgedicht 2011
Hier

Iemand moet het zeggen
dat het gras hier groener 
het landschap lieflijker
soms landerig lamledig is.
Maar altijd het onze.

Uit de buik van de rivier
deinen dagen en nachten
weerkerende zekerheden
een aardappelveld in september
het filigrein van canadablaren
de nauwelijkse inkt van bolsters.
Het cyclische geeft houvast 
de tijd wordt een hak gezet.

Seizoenen drijven in de lucht
voorbij. Alleen de liefde
water in de poel
staat in het hart
tot op de bodem stil.

We wiegen het gras
wolken ademloos van steen.
Iemand moet het zeggen
dat deze aarde menselijk
dat deze aarde wenselijk is.

Activiteiten

Kijk welke activiteiten we in de periode 2007-2011 organiseerden.

Thuis voor een gedicht - 1ste editie in 2008

Gezocht en gevonden: locatie voor een origineel plattelandsgedicht van Lut de Block, de plattelandsdichter voor Oost-Vlaanderen --> Weldendreef in Zevergem (De Pinte).

Gedicht zoekt muur - 2de editie in 2011

Een verslag van de inhuldiging van het winnend gedicht aan de kaaimuur in Rupelmonde (Kruibeke).